Lieve lezertjes, jullie denken vast wat dit met de ZHVC te maken heeft. Heel eenvoudig. Jullie correspondent zat ooit in het Bestuur en een voorganger van mij, Cor van Leeuwen, deed ook iedere keer met de IBM-kampen mee. Er zijn bovendien veel meer digibeten, dan technici onder de ZHVC’ers, dan we denken. Daar hoorde Cor absoluut niet bij. Jan IBM heeft echter als techneut een „fijne“ neus voor het vinden van Digibeten. Hij heeft een aantal nieuwe programma’s in petto en die moeten in het IBM-testcentrum getest worden, want er zijn nogal wat nieuwe virtuele programma’s bij.

En last but not least: jullie correspondent zat ooit ook in de redactie van de Variometer, het clubblad van de ZHVC, dat zo deerlijk als bindmiddel van de leden wordt gemist. En vele ZHVC-vrienden waren bij het huwelijk van Meggie en mij, negen jaar geleden. Dus nu één van de „Avonturen van een ZHVC’er in het buitenland“, door Paul van der Vliet!

Zondag zwaait Meggie me uit en gaat ons huisje weer binnen, want ze heeft geen vakantiedagen genoeg om mee te gaan (snik..). De uitreis verloopt spoedig en de haven van het IBM-testcentrum loop ik vlot binnen.

Maandag blijkt de zeer oude lier van Asperden zulke rare kuren te hebben, dat zelfs zeer ervaren liermannen een kleine oefening nodig hebben en Bob checkt eerst de zeer ervaren Rein uit, die daarna Cees in deze liergeheimen inwijdt. Cees verwerft hiermee voor eeuwig de bij het kamp passende bijnaam: „Test-Cees“. Ook Ton, „de meester“, ondergaat de check. Er is regen op komst. Alleen de dertien van Asperden wordt uit het ruim van de „Goch“ gehaald om Peter en Sietse op hun current zijn te testen. Dan komt de regen. Bob wil toch wat vliegen en laat een 2-motorig modelletje een aantal keren tegen de grond, de bomen en de hangaar knallen. Eveneens een testcase voor Bob en model. Het model blijkt er beter tegen bestand te zijn dan Bob.

Dinsdag is er een zwaar onweer op komst. Eerst worden de meegebrachte VHZ-leden gemonteerd en in het ruim zeevast gemaakt. Tegen drie uur barst de bui los. Inmiddels is de enige nog actieve zeeman, Jim, binnengelopen en pakt na de bui met de ASW-24 op 400 m een belletje direct achter de final. Een schitterend gezicht met de bui op de achtergrond. Hij houdt het een half uur vol. Jan IBM mijmert voor zich heen: „Ik heb een sprookjeshuwelijk. De heks zit thuis.“ Als Jan niet meer wil vliegen, schrijft hij vast een sprookjesboek voor volwassenen over zijn niet geringe huwelijksperikelen.

Als de zon ter kim neigt, helpen Marjan en ik Bob en Sylvia met de versiering van de eetsalon, kombuis en „jarige stoel“ voor het kinderpartijtje van de volgende dag.

Woensdag beent de heuze zeeman de eetsalon binnen en gaat met enige gêne op de „jarige stoel“ zitten. Hij wordt uitbundig door de niet-jarigen toegezongen. De cadeaux maken echter veel goed, zodat zijn gezicht opklaart, net zoals het weer. Inmiddels zijn twee gasten aangekomen. Henk Frowein en Rob Schouten, die filmen en fotograferen. Rob (nee, de andere, de schurk én instructeur van „Donor“ uit „Stripverhalen“) gaat proberen Sylvia in een vlucht met de dertien weer zelfvertrouwen terug te geven. Sylvia is namelijk ooit door een instructeur dusdanig de grond ingestampt, dat ze sindsdien niet meer zelf durft te vliegen. Het is te hopen, dat deze instructeur zichzelf uit het instructeurscorps heeft teruggetrokken, want deze schanddaad tegen Sylvia is al voldoende om zijn bevoegdheid te ontnemen, zo denken velen. Ik vlieg nog als ik Rein over de radio hoor zeggen: „Paul, ben jij buitengeland?“ Goed, ik weet, dat ik niet kan vliegen en dat ik elke dag minstens 50 km probeer te vliegen, maar dit klinkt in mijn oren ietwat overdreven.

„Nee Rein. Ik ben net bij de startwagen aan het landen!“ Dan klinkt zijn stem weer over de radio: „Ton, ben jij het?“ Maar Ton zit op de lier! Even later start ik weer. Mazzel! Ik vind een belletje en schroef op zijn ZHVCees omhoog. Hoger en hoger en zie..een kist achter de bosrand, noord van het vliegveld, in een gerstveld liggen! Nu begint het eindelijk bij mij te dagen (lieve lezertjes weten, dat ik niet zo snel van begrip ben. Daarom ben ik destijds zeeman geworden en geen piloot.. en een dankbaar doelwit voor de testen). Dát is de buitenlanding, die Rein kennelijk bedoelde en het lijkt ook nog op een dertien! Als ik weer aan dek sta, is Bob aangekomen. „Inderdaad“, zegt Bob. „Ik kreeg een telefoontje van Sylvia, dat ze met Rob is buitengeland. Ze hebben het veld niet gehaald!“ Om de dertien op te kunnen halen is de aanhanger wel zo handig. Maar waar is de 13-aanhanger?? Nergens op het veld. Nergens is een lijst, waar de aanhangers dan wel uithangen en zo begint een zoektocht. Bob neemt me mee. Door een doolhof van weggetjes en bosjes uiteindelijk op het erf van een boerderij terechtgekomen, geheel verscholen in een loofbosje. In een oude schuur staat een aantal aanhangers en zelfs een kist, maar geen 13-aanhanger! Er zit niks anders op, dan de Sedbergh-aanhanger van Bob en Sylvia „passend“ te maken. Dus weer terug. Met behulp van een omgekeerde klaptafel, kussens en houtjes zou het kunnen. Geluk bij een ongeluk: toevallig heb ik een heel erg lange spanband bij me, die precies past en de dertien zou kunnen stabiliseren. Daarna is het „Alle hens!“ en gaan we met z’n allen, ook onze gasten Henk en Rob, naar de plek des onheils. De dertien heeft geen schade, maar de heuphoge gerst wel. Een flink spoor loopt er doorheen en bij het demonteren en het stuk voor stuk sjouwen van de loodzware delen naar het weggetje ontstaat zo’n 100 vierkante meter gerstschade, althans volgens de boer, die wat later komt kijken. Hij was al enige tijd in het naburige veld aan het oogsten, maar had niks in de gaten. De „ophaalactie“ is zonder verdere kleerscheuren gelukt. Rob onderhandelt met de boer. Vertelt, dat hij verzekerd is. Ze wisselen adressen en telefoonrs. uit.

Met moeite lukt het de dertien op de Sedbergh-aanhanger te krijgen en het transport terug verloopt langzaam en gelukkig zonder verdere incidenten. Na het grote avontuur, waarbij enkele ruggen en spieren rijp voor de fysiotherapeut zijn (en het vertrouwen van Sylvia opnieuw gedeukt is), merkt Jan IBM onder het genot van een glas wijn fijntjes op: „Ik versta Rob Brand niet. Hij is vast een buitenlander!“

Donderdag heb ik me `s ochtends verslapen, doodmoe door het bij de buitenlanding helpen en weet nog net op tijd de bekende “deerne” in Asperden te ontdoen van het aantal bestelde broodjes. Spierpijn? Moe? De IBM-testen hebben wel een heel erg groot „echtheidsgehalte“! Zijn de testen nou virtueel of niet? Voordeel van de „buitenlandingstest“ en de „ophaaltest“ is wel, dat er een enorm probleem opgelost moet worden: de (on-) bereikbaarheid van iedereen. Over „lijstjes“ gesproken. Fluks wordt tijdens de briefing een lijst van nummers van al onze mobieltjes gemaakt en verdeeld. `s Avonds zouden we eigenlijk op tijd moeten stoppen, want we hebben de kegelbaan met eten gereserveerd. Henk, één van de vrijwillige liermannen, heeft nog recht op een start, heeft mazzel en blijft 22 minuten lang hangen. Hm, voortaan het stoppen en inpakken beter plannen! Het kegelen is een eye opener. Neelco blijkt niet alleen een viool virtuoos te kunnen bespelen, maar ook een geheime kegelprof te zijn (of zijn alle Friezen dat?). Hij is bovendien van zijn geloof gevallen. Het bedenkelijke tentje is ingeruild voor een heuze camper en wel één met paleisachtige allure! Met een verontschuldigend glimlachje zegt hij, dat hij deze van zijn zwager heeft overgenomen. En wat te denken van Sylvia? Die heeft ettelijke kegelbekers in haar prijzenkast staan. Mochten jullie ooit aan wedden denken, ge zijt gewaarschuwd! Haar dag kan niet meer stuk, want ze heeft een nieuwe baan in de thuiszorg. Peter blijkt de bal het slechts te kunnen sturen en Sietse..het beste van allemaal. Sietse wordt dus uitgenodigd een rondje te geven. Het eten is lekker en gezellig. Er wordt bij elk glas een lied gezongen op de melodie van „Glory hellaluja“, of zoiets, over: „We bring the Grunau Baby up to twentythousand feet..!” En Sietse schiet uit zijn slof en spreekt de historische woorden over zijn beste vlucht vandaag: “Berethermiek! Acht minuten!“ ´s Avonds bekruipt me toch een gevoel van twijfel. Rob een buitenlanding en nog wel met Sylvia? Neelco niet meer in een tentje? Dat kan toch niet echt zijn! Maar als het virtueel is, dan is het wel heel erg knap gedaan!

sethberg

Vrijdag begint de dag met een buitengewone gebeurtenis, die Jan IBM met een schok uit zijn dromen rukt. Vogels hebben de onbeschaamdheid gehad hun „behoefte“ in scheervlucht op de Jaguar te doen. Lieve lezertjes begrijpen, dat dit ook met andere woorden beschreven kan worden, maar Sylvia is jarig, dus deinzen we terug en houden ons in. Niet zo met de cadeautjes en de welverdiende bloemen. Omgekeerd worden we vergast op verrukkelijke broodjes met nieuwe haring. Dat komt goed uit, want de wind is op 1500 meter al 50 km/u. Sietze laat zich bij de verlate briefing weer van zijn beste kant zien. Met volle, niet geringe, overtuiging laat hij weten: „Als je op zijn kop vliegt, geldt de wet van Bernoulli niet meer.“ Henk, één van de vrijwillige liermannen, gaat anker op en stevent op zijn thuishaven af.

Zaterdag komen er veel buien aanjagen. Op Wesel is een open dag en het plan is, dat Georg één van ons de heenweg erheen meeneemt en terug een ander. Dat mislukt half, want door de hoge bomen op Wesel is de kist te zwaar om weg te komen voor de terugweg. De rest gaat met auto’s en het paleis van Neelco. We treffen er Henk van Hoorn van de Stichting Vroege Vogels (Lelystad) aan, die fraaie modellen van een Blériot 11 (1909) en een Demoiselle toont met echte „brullende“ motor.

bleriot

In de avond is „thuis“ een BBQ, waar ook Jim, Mira en Sjoerd met partners aan meedoen. Sjoerd is ook een echte zeeman. Hij heeft samen met Jim op dezelfde onderzeeboot gediend en vaart nu bij Rijkswaterstaat in Scheveningen. Neelco wil weten, waar het woord barbeque vandaan komt. In mijn varenstijd deed mijn schip elke reis ook Port au Prince (Haïti) aan. Daar komt het woord BBQ oorspronkelijk vandaan. Door de Cajuns werd dit Creoolse gebruik naar Amerika overgebracht. Het is maar, dat jullie het weten als jullie weer eens genieten van dit „braaivleis“ (Zuidafrikaans).

Zondag is het redelijk vliegweer en is de Gochse club zelf actief. Wij houden ons natuurlijk hoffelijk gedeisd en gaan wat anders doen. Neelco is van plan om met zijn rijdende paleis de omgeving onveilig te gaan maken. Rein en ik nemen graag zijn uitnodiging aan. Met deze „luxe-liner“ doen we eerst onze „buurman“ in Weeze aan, Niederrhein Airport. Ziet eruit als op Hahn. Enkele „historische“ gebouwen trekken onze aandacht. Met mij als „TomTom“ belanden we daarna in Kevelaer midden in een processieachtige toestand, zien een pater zich op straat „omkleden“ en verbazen ons over dit heiligdom met drie kerken en een beroemde kapel op één pleintje. Daarna gaan we „even“ bijna tweeduizend jaar terug in de geschiedenis en maken vast in de oorspronkelijke Rijnhaven van het Romeinse Xanten met resten van een enorme haventempel. Wat een indrukwekkend grote stad is dat geweest en dat is ook te zien aan de wijze, waarop het enorme badhuis weer „tot leven“ is gewekt. In de Dom van Xanten zien we Romeinse stenen, die bij de bouw ervan zijn verwerkt. `s Avonds zijn er nog wat extra virtuele oefeningen en wordt o.a. het Falkirk Wheel, een roterende scheepslift tussen het Forth & Clyde Canal (water) en het Union Canal (met whiskey gevuld) „gegoogelt“ en verandert het paleis van Neelco van de weeromstuit in een „Weinstube“.

xanten

Maandag zijn Steven, Lou en Bert aangekomen, waardoor het een overwegend Noord-Hollandse crew is geworden. Helaas nog steeds geen computerexperts erbij, waardoor ik mijn problemen met het uploaden van mijn vluchten (ik heb zelfs kabeltjes en gebruiksaanleiding meegebracht) wel kan bespreken, maar ermee alleen nog grotere vraagtekens oproep. ´s Middags wordt  gelierd en een respectabel aantal starts gemaakt. Tip bij het inruimen: roerklampen eraf, dan is alles „flexibeler“ en dus minder kans op schade.

Dinsdag zegt Jan IBM bij de briefing: „Het enige wat gisteren goed ging, was het bierdrinken!“ Vrijwel iedereen had fouten gemaakt. Dus aanleiding voor een uitgebreide briefing. Hoofdoorzaak: iedereen is heel erg moe. De lier heeft schade opgelopen, ondanks het feit, dat er heel erg ervaren liermensen erop gezeten hebben. De lier blijft doordraaien, ook als de trommel is uitgeschakeld. Rein repareert de schade met Volker bij Helmut. Er wordt een tipje van de sluier van het thermiekvliegen opgelicht. „Kennen jullie de periode van Kasprik, een Belgische meteoroloog?“ Na een thermische periode is er `s middags ca. anderhalf uur géén thermiek (AHA-Erlebnis: dat kent iedereen op Terlet, want dan moet je flink hoog zitten om dit te kunnen overbruggen). Helaas lukt het niet om „Kasprik“ te vinden, zelfs niet in de publicatie registers van het KNMI of van „Ukkel“. „Googelen“ lukt niet altijd. Waarom is iedereen zo moe? „We moeten met weinig mensen een vloot handelen, die groter is dan het bezit van een complete vereniging“, is de wijze constatering. Ik krijg een beroerde SMS van het thuisfront.

hangaar

Woensdag is het een dag met harde wind. Geschokt door het bericht van gisteren is het geen vliegdag voor mij. Er moet correct opgestuurd worden, wat niet voor iedereen even duidelijk is. Een beetje onderhoud aan mijn Reunzwaluw is ook wel prettig, want ik kan op mijn rugliggend mij bezighouden met een kleine schade aan de onderkant. De anderen maken mooie, zeer hoge vluchten en het eten ‘s avonds in de tuin van El Paso maakt veel goed.

Donderdag is er een forse discussie over wie de afgesproken grens van de Autobahn gisteren overschreden zou hebben en in het gebied van Niederrhein terecht zou zijn gekomen. De vermeende waarneming komt overigens niet van „Niederrhein“, maar uit eigen gelederen! Het moet een optische illusie geweest zijn, want alleen de piloten zelf konden zien of..of.. Voorts zijn er opmerkingen over het overtrekken van een kist bij het binnenvliegen van een bel. Dit is zelfs mogelijk aan de lier: high speed (deep) stall. Ikzelf heb samen met de chefinstructeur van de ZHVC, Lex Deetman, ook zoiets in de ASK-13 meegemaakt. Boven Langeveld vlogen we een bel binnen en de dertien kiepte plotseling fors voorover. Lex riep uit: „Saevis tranquillus in undis!“ (Kalm temidden van de grimmige golven, het devies van Willem de Zwijger). Na de landing verklaarde hij het mij : het gaat om een plotselinge invalshoekvergroting. De Sedbergh moet gewogen worden en ik mag Bob erbij helpen. Om het tijdrovende gegoochel met stukken en stukjes voor de volgende keer te voorkomen, heb ik voor Bob een serie foto’s gemaakt (in Duitsland moet elke vier jaar gewogen worden). `s Avonds is de Jägerhof weer open en worden we vergast op een gezellige maaltijd.

Vrijdag is het weer zover, dat velen „Klaarmaken voor vertrek“. Voor Peter al zijn vreselijke moeite heb ik de inmiddels beroemde wijn uit Weiler bij Bingen (De Spandraad nr. 75, blz.15) meegebracht. Met een zo kort mogelijk toespraakje bedank ik hem, want voor iedereen zijn toespraken vervelend tenzij..Uit eigen ervaring weet ik, dat het niet meevalt om als leerling aan instructeurs leiding te geven! Jan IBM wil weten of er belangstelling is voor een reünie in september. Die is er bij de meerderheid, maar niet in het weekend of tijdens de K6-rally (altijd de week van de 3de dinsdag van september).

ka-6

Bob maakt een checkvlucht met de Robin en landt net vóór de baan in het gerstveld! Himmelkreuzdonnerwetter! Hoe kan dat nou? Er is iets aan de hand met de hoogtemeter. Gelukkig geen schade! Er wordt een checkvlucht gemaakt, Robin en Cessna naast elkaar en dan de hoogtemeters vergelijken. Helmut stelt vast, dat de hoogtemeter van de Robin 40 meter teveel aangeeft!

Zaterdag gaan ook Jan IBM en Lou weer richting Noord-Holland. Ik blijf tot zondag, want dan is het rustiger en vlotter rijden op de Autobahn. `s Middags komt er een zwaar onweer aan. Ik haal net het busje als het losbarst. Het davert van jewelste en de regen dondert op het dak. Ik val in slaap. Er wordt heftig aan mijn schouder geschud, mijn virtuele bril wordt afgezet en ik kijk in de verschrikte ogen van Meggie. „Wat is er?“, vraag ik. „Je maakt zulke rare geluiden! Ben je aan het dromen?“ zegt ze. Ik kijk verward om me heen. Ik zit thuis in mijn stoel voor de computer en helemaal niet in het busje.. Verdraaid goede virtuele programma’s maakt IBM tegenwoordig! Bijna echt..!

PaulaiRe

paul-en-cees

Foto’s: Paul en Meggie van der Vliet en Cees van Leeuwen

1 reactie op “Digibeten-Testkamp 2009, een virtuele test”
  1. Leuk verhaal Paul. Om dit soort stukjes open ik bijna dagelijks deze site. Te vaak tevergeefs, maar ditmaal niet.

    Ciao

    Albert

Plaats een reactie

Je dient ingelogt te zijn, alvorens je een reactie kunt plaatsen. Inloggen »