Beste mensen,

Het heeft even geduurd, maar ik wilde jullie mijn verhaal over de twee weken dat wij in Issoudun hebben gevlogen niet onthouden. Kijk daarom hieronder hoe het ons vergaan is tijdens twee weken overland vliegen. Het is nogal een verhaal geworden, dus ga er maar even rustig voor zitten.

Op een zondag ochtend om 03:00 wordt ik wakker van een vreselijke herrie. Verschrikt spring ik op en probeer te achterhalen wat de oorzaak is van deze belachelijke verstoring van mijn nachtrust. Het blijkt mijn wekker te zijn, die ikzelf de vorige avond heb gezet. Waarom om drie uur spookt er nog door mijn hoofd, net als het antwoord dat het de zondag na zwarte zaterdag is en dat onze geplande rijroute richting Issoudun best wel eens een drukke kon worden. Dus afgesproken met Frans en Matthijs om maar vast om vier uur vanaf Valkenburg te vertrekken om de grootste drukte voor te blijven. Althans, dat hopen we.
Even over vieren rij ik de parkeerplaats op bij het clubhuis. Alle spullen die ik nodig heb heb ik gisteren al meegenomen, dus alleen de aanhanger aanhaken, even wat spullen overladen van Frans zijn auto naar de mijne. Hoewel ik in mijn eentje rijd heb ik mijn achterbak opvallend vol weten te stouwen, maar een paar spullen van Matthijs passen nog wel op de achterbank. Dit om te voorkomen dat de achterbak van Frans niet zo vol beladen wordt dat elke tegenligger zal denken dat hij met groot licht rijdt…
Vol goede moed en toch nog een klein beetje slaperig vertrekken we met z’n drieen in twee auto’s met de 23 en de discus richting Frankrijk. Opvallend genoeg beleven we de meeste vertraging pas na Parijs, maar na een uur of tien rijden, komen we dan eindelijk aan op Issoudun. Marc is er dan al met zijn 28 (patser) en heeft zijn net nieuwe tent op het mooiste plakje van de camping neergezet. Wij nemen genoegen met de net iets minder mooie plekjes en gaan ook onze tenten opzetten. Althans dat dacht ik. Ken je dat, dat je denkt dat je je hele tent meegenomen hebt? Ik wel ondertussen. Anderhalve tent heb ik bij me om precies te zijn. Mijn eigen tent, maar dan zonder stokken en een koepel tentje in een tas, waarvan ik had gedacht dat de stokken van mijn eigen tent erin zouden zitten. Nou zou je zeggen, je hebt in ieder geval nog een koepel tentje bij je, dus de nacht kom je wel door. Nou, niet helemaal. Ik heb namelijk een luchtbed die zo groot is dat die niet in een koepeltentje past. Vanaf hier kan je dus twee kanten op:
Je kunt een kleiner luchtbed kopen die wel in je koepeltentje past. Maar je kunt natuurlijk ook een grote tent kopen, waar mijn grote luchtbed in past. Lijkt me geen moeilijke keuze. Maar omdat het zondag is mag ik eerst in een nachtje doorbrengen in de oostelijke vleugel van Marc zijn enorme tent (patser, maar toch bedankt) en de volgende ochtend naar de supermarkt om een tent te kopen die groot genoeg is voor mijn luchtbed. Gelukkig was deze maandag nou nog niet echt een mooie dag. Wel vliegbaar, maar niet goed genoeg voor mijn doel voor dit jaar, mijn eerste 300 km vliegen… En volgens de voorspelling zal het weer dinsdag toch beter worden. Dan kunnen we ons vandaag ook mooi voor laten lichten over de lokale situatie door de chef instructeur, Pascal. Nogal een bijzondere man, om het zo maar te stellen. Schijnt wel een beetje Engels te spreken, maar weigert het gewoon. Gelukkig was er een Belgische die daar al jaren komt met haar man en die wilde het verhaal van Pascal wel voor ons vertalen. Wat dus ontstond was een Pascal die ons geen blik waardig gunde, maar alleen zijn verhaal aan de Belgische vertelde die dat dan maar aan ons moest vertellen. Nogal apart, maar uiteindelijk konden we dan met de lokale regelgeving op zak ons gaan voorbereiden op de dinsdag, die toch wel een echte vliegdag zou gaan worden.

Dinsdag. Vandaag zullen we dan voor het eerst gaan vliegen van af Issoudun. Vroeg eruit, zeven uur, om de kisten alvast in elkaar te gaan zetten, zodat dat niet nog hoeft te gebeuren als de temperaturen daar te hoog voor zijn voor ons Hollanders. Gelijk het water in de vleugels pompen, dan hoeven we daar namelijk niet voor in de rij te staan als alle anderen dat na de briefing nog gaan doen. En als je het water toch niet nodig hebt, kan je het er altijd weer uit gooien. Water tanken is hier geweldig geregeld. Ze hebben daar een grote watertank op een meter of twee boven de grond geplaatst, met daaruit drie slangen, waarmee je het water via een metertje zo in je vleugels kunt pompen. Even uitrekenen met welke meterstand je de kranen weer dicht moet draaien en klaar ben je. Daarna ontbijten (tegen negen uur komt de bakker naar de camping) en om half elf zorgen dat je klaar bent voor de briefing. Ik geloof niet dat we doorgaans veel van de briefing op hebben gestoken. Onze vriend Pascal houdt die briefing namelijk in het Frans en, zoals je dat hebt met die Franse taal, daar is dus geen woord Engels bij. We kijken dus maar wat naar de radarbeelden die in de briefing langs komen en verzorgen zelf verder onze eigen briefing door het weer van het internet te halen. Dat kan daar in Bourges prima, want er ligt daar een draadloos netwerk dat het hele camping terrein bereikt en zelfs nog tot waar de aanhangers staan. Prima geregeld dus. Na de briefing kunnen we onze vluchten gaan plannen en dan kunnen we gaan wachten tot de thermiek losbarst, zodat we aan onze geplande opdrachten kunnen beginnen. Na de briefing bedenk ik me dat er in de discus natuurlijk ook nog water in de staart moet (het was alweer een tijdje geleden dat ik met water gevlogen had, bleek maar weer). Nog even op zoek naar het trechtertje met het slangetje dat altijd voor in de aanhanger ligt, toch? Niet te vinden natuurlijk. Althans, het trechtertje wel, maar het slangetje dat er ook bij zat, zat er nu niet bij. Nou maar eens kijken of ik die trechter met wat tape niet provisorisch rond de vulopening kan plaatsen om dat water er zo maar in te proppen. Niet echt dus. Er vloeit veel water, maar niet in de staart. Net op het moment dat ik het water alweer uit de vleugels wil laten lopen, omdat ik bang ben dat het zwaartepunt te voorlijk zou worden, laat ik me overtuigen dat het zwaartepunt wel meer naar voren ligt, maar niet zo ver dat het zich buiten de envelop bevindt. Dus zo laten en nu klaar voor de vlucht zet ik de discus in de rij. Chute om, met een handdoek tussen mijn binnenkort bezwete rug en de chute, petje op, bril op en instappen. Jan en Marc starten voor mij en ook de 23 staat achter mij al klaar om het Franse luchtruim ingetrokken te worden door een van de twee sleepvliegtuigen die hier in bedrijf zijn, als… wat voel ik nu toch… &^^%!#$%. M’n hele achterwerk is nat geworden. Snel uitstappen en kijken wat er aan de hand is. Nadat ik uitgestapt ben draai ik me om en zie een plas water in het kuipje liggen. Terwijl ik op mijn rug voel merk ik ook dat ook de chute behoorlijk nat is geworden. Met ondertussen een rood hoofd vraag ik Frans om de tip te pakken om de discus uit de rij te halen, want met een natte chute gaan vliegen is in feite hetzelfde als zonder chute gaan vliegen. Chute dus uittrekken, in de zon leggen en eerst maar eens het kuipje met een handdoek (die heb ik nu toch over) droogmaken en er natuurlijk achter zien te komen waar dat water ineens vandaan komt. Wat blijkt, het tuutje van mijn camel bak hing voor de rugleuning en op het moment dat ik ging zitten heb ik het tuutje opengeduwd en kon het water er vrij uitlopen, zo over de chute en in het stoeltje. Dat kan je dag dus goed verpesten, zal ik maar zeggen. Nadat ik eenmaal al het water weer opgeruimd heb besluit ik dat een overland zonder chute misschien wel niet zo verstandig is en besluit ik toch te gaan vliegen, maar dan wat ruim lokaal. Dan kan ik toch nog de lucht in en kan ik wat veldjes in de buurt gaan bekijken. Vliegtuig dus weer terug in de rij en weer gaan zitten (goed op het tuutje letten!!). Dit keer zit ik er dan echt helemaal klaar voor de sleper komt voor me staan. Ik meld me, noem mijn vlieger nummer en dat ik water bij me draag. Met en wat vertwijfelde stem vraagt de sleepvlieger of ik het nog eens kan herhalen. Dus nog een keer mijn vlieger nummer en dat ik 100 liter water in de vleugels heb klotsen. De sleper kan mij nog steeds niet verstaan en na wat Frans gebrabbel over de radio met iemand anders (bleek Pascal te zijn) krijg ik het vriendelijke verzoek of ik wil ontkoppelen en mijn vliegtuig uit de rij wil halen. De radio is niet goed en er is besloten dat ik op deze manier geen sleep krijg. De radio moet eerst goed zijn. Met het stoom uit mijn oren stap ik uit en sleur ik de discus met al zijn water persoonlijk aan de kant en laat al het water er dan maar uit lopen. Al tierend en met een hoofd die nog wel even een tijdje op de stand rood zal blijven staan duw ik uiteindelijk de discus terug naar de aanhanger en samen met Frans haal ik hem weer uit elkaar. Dag voorbij en waarschijnlijk een paar honderd kilometer gemist….
Had ik nu gisteren toch maar vast een startje gemaakt. Ook al was het niet echt overland-weer, het was in ieder geval goed genoeg om een beetje rond te vliegen en dan was ik al die ellende van vandaag alvast tegen gekomen en had ik nu misschien deze mooie vliegdag niet gemist. Dat het inderdaad een mooie vliegdag was bleek wel toen de rest van de vloot aan het einde van de dag terug kwam. De eerste 300’s waren al gevlogen, maar dus niet door mij….

Woensdag en donderdag wordt er niet gevlogen, omdat het weer niet goed genoeg is en dus kan ik mijn ergernis over een gemiste vliegdag pas verwerken op vrijdag, want dan is de voorspelling dat er wel goed gevlogen kan gaan worden. Ook de op donderdag aangekomen Henk kan dan met zijn Ventus gelijk gaan vliegen. Sommigen hebben ook alle geluk. Donderdag aankomen en vrijdag gelijk vliegen. Tsssssss.
Vrijdag ochtend de vliegtuigen dus weer lekker vroeg in elkaar zetten, het water erin pompen vanuit de watertoren en alvast bij de startplaats zetten. Daarna lekker ontbijten en naar de briefing. Niets begrepen van de briefing, maar volgens onze eigen website wordt het inderdaad goed weer en ik plan me die vrijdag ochtend suf om maar een mooie driehoek te vinden, totdat Marc een ideetje oppert om met een ‘polygoon met zes keerpunten’, zoals SeeYou het zo mooi noemt, om het luchtruim van Avord heen te vliegen. Afstand: 316 km. Klinkt als een goed plan, dus ik laad de opdracht vanuit mijn laptop in de logger. Vandaag maar op tijd naar de startplaats, ik heb er zin in. Lunchpakketje mee, logger in de cockpit schroeven, chute om met de inmiddels weer droge handdoek erachter, petje op ,zonnebril op, kist nagekeken en met de ondertussen geleende I-com van Jan kan ik zelfs contact maken met de sleepvlieger. Het gaat dan toch echt gebeuren. Rond half één start ik achter de sleep. Al snel een belletje gevonden en maar eens een beetje rondkijken. Ik herken het allemaal nog wel een beetje van twee jaar geleden, toen we vanuit Bourges vlogen. Dat is namelijk maar 30 km verderop en toen ben ik ook nog wel langs Issoudun geweest. Dus maar niet te veel tijd verliezen met rondkijken, er moeten namelijk nog een paar honderd kilometer gevlogen worden. Na de eerste belletjes ben ik een beetje met de wind meegedreven en omdat ik geen tijd wil verliezen met eerst naar het startpunt van de route te vliegen klik ik de logger verder naar het eerste keerpunt. De koers en afstand worden netjes aangegeven en ik ga op pad. Tegen de klok in rond Avord volg ik de route van de logger. Net aan de oost kant van Avord vlieg ik nog langs het Formule 1 circuit van Magny cours, dat even ten zuiden van het plaatsje Nevers ligt. Leuk om te zien. Het is inderdaad een prima dag en ik kom de hele vlucht nauwelijks laag te zitten. Het moeilijkste moment komt na zo’n twee uur vliegen, wanneer ik even ten noord-oosten van Nevers op zo’n 650 meter kom te zitten. Als je dan van ongeveer 1500 meter af komt lijkt dat toch wel erg laag. Gelukkig vind ik een belletje dat me weer ruim boven de kilometer brengt, nog voordat ik met m’n vingers aan het waterkraantje zit. Daarna gaat het allemaal redelijk makkelijk weer terug richting Issoudun en na ongeveer vier en een half uur vliegen heb ik dan voor het eerst mijn 300 kilometer vlucht erop zitten.
Helemaal gelukkig laat ik het water nu wel uit de vleugels lopen, land ik en ga de Discus vast wassen in afwachting van de rest. Kan niet wachten om mijn verhaal te vertellen, totdat de rest ook geland is en Jan al juichend komt vertellen dat hij vandaag zijn eerste 500 km (!!!) vlucht heeft gevlogen. Dat zet mijn eigen vlucht toch wel weer redelijk in perspectief. Als het weer dan zo goed was dat Jan een 500 km kan vliegen, had ik dan ook niet wat meer kunnen vliegen dan die 316 km? Maar ja, mijn gemiddelde snelheid deze vlucht van nog geen 75 km/hr komt nog niet eens in de buurt van de bijna 100 km/hr die Jan vandaag heeft neergezet. Daarnaast had ik misschien nog wel wat meer van de dag kunnen gebruiken. Toen ik om 17:00 geland was, was er nog zeker wel één a anderhalf uur thermiek in de dag. Met diezelfde gemiddelde snelheid (alhoewel het aan het eind van de dag natuurlijk allemaal wel wat langzamer zal gaan) had ik misschien nog wel 100 km erbij kunnen vliegen. Maar goed, het mag de pret allemaal niet drukken. Ik laat mijn feestje natuurlijk niet bederven, maar ergens voel ik in mijn onderbuik dat er misschien nog wel wat meer in zit….

De volgende dag belooft lang niet zo goed te worden als de donderdag, maar we zetten de kisten wel allemaal in elkaar, je weet namelijk maar nooit. Het kan altijd nog een beetje op klaren. Samen met Matthijs, die vandaag in de 23 gaat vliegen breng ik na de briefing de discus naar de startplaats, omdat ik vermoed dat er misschien nog wel wat te halen valt. En na mijn debacle op dinsdag ben ik niet van plan om nog een keer een kans op een mooie vlucht te missen. Dus, terwijl de rest met de vliegtuigen bij de aanhangers af blijft wachten besluit ik om toch maar te gaan starten om te kijken of ik onder dat kleine schermpje uit kan komen dat min of meer boven Issoudun hangt. Ook Matthijs start, direct na mij. Na het ontkoppelen vind ik een redelijk belletje, die mij met ongeveer 1 ½ meter per seconde naar een hoogte van 1200 meter brengt. Misschien dat het dan toch nog iets wordt vandaag. Maar elke keer als ik wat verderop wil gaan kijken of ik een beetje op pad kan gaan merk ik dat het verder in de omgeving hartstikke stabiel is. Alleen in de buurt van het plaatsje Issoudun zelf vind ik nog een belletje, maar het is allemaal niet genoeg en na twee uurtjes rond toeren besluit ik dat het hem vandaag niet gaat worden en ik land weer om de discus weer naar de aanhanger de brengen. De rest heeft hun vliegtuig al lang opgeruimd en ik ga de discus wassen. Na alles opgeruimd te hebben gaan we bij de camping zitten en nemen vast een biertje. Maar voordat we verder gaan met drinken toch nog maar even wachten, want tot nu toe heeft niemand nog iets van Matthijs gehoord. En inderdaad, het blijkt dat Matthijs wel besloten heeft om te kijken of hij op pad kon gaan en na 25 km kwam hij erachter dat het toch niet zo geweldig was en is hij geland op het vliegveldje van Chateauneuff, ongeveer 25 km naar het zuid oosten. Samen met Frans stap ik in zijn auto en gaan we Matthijs ophalen. Wanneer we anderhalf uur later terug komen, kunnen we gelijk weer gaan BBQ-en, wat we geloof ik op drie avonden na zo’n beetje elke avond gedaan hebben. Lekker hoor.

Op zondag, de laatste dag van de eerste week alweer, is de voorspelling alweer goed en alweer staan we vroeg op om de vliegtuigen in elkaar te zetten, water erin te laten lopen en vervolgens de bakker op te wachten om lekker wat te gaan ontbijten. Na de briefing gaan we weer aan de planning en terwijl Marc en Jan alweer hun volgende 500 km aan het plannen zijn, besluiten Henk en ik het wat bescheidener te doen en samen dezelfde opdracht te plannen van 336 km. Ook Frans plant een opdracht van iets meer dan 300 km. Henk en ik zullen proberen te vliegen van Issoudun naar Briare, een vliegveldje 98 km naar het noord oosten, vervolgens naar Amboise, een tweede been van maar liefst 141 km, en van daar af terug naar Issoudun, een laatste been van 97 km. Ik geloof niet dat ik ooit op 100 km van mijn veld ben geweest, maar ja, dat kan bijna niet anders als je een driehoek wilt maken van meer dan 300 km. Ook vandaag is het inderdaad weer prachtig vliegweer en de vlucht gaat zeker voorspoedig. Ik kom niet eens heel erg laag te zitten vandaag en de thermiek brengt ons naar maximaal iets van 1600 meter. Met ook vandaag 100 liter water in de discus kan ik redelijk goed tempo maken en als ik eenmaal weer boven Issoudun ben na vier uur en een kwartier vliegen (het is nu half vijf) moet ik terug denken aan vrijdag. Het is nog hartstikke vroeg en er is ook nog genoeg thermiek. Eenmaal boven Issoudun vlieg ik zelfs een bel in die me weer netjes in record tempo naar 1600 meter brengt. Ik besluit nog een driehoekje te verzinnen naar Vierzon, dan naar Bourges en weer terug naar Issoudun. Drie benen van elk zo’n 30 km boven bekend terrein, aangezien ik twee jaar geleden vanaf Bourges ook al een hoop tijd heb doorgebracht in dit gebied. Dit driehoekje gaat het allemaal lang niet zo snel meer, maar na ruim een uur vliegen zit ik alweer fijn boven Issoudun en besluit ik dat het na een ruime 400 km nu toch echt wel mooi is geweest voor vandaag. Na mijn landing heb ik 4 uur en 20 minuten gevlogen en ik kan niet wachten om de logger uit te lezen en mijn vlucht terug te zien. De computer verteld me dan dat ik in totaal maar liefst 429 km gevlogen heb. Doordat halverwege de vlucht het stekkertje uit de logger is geweest kan ik geen gemiddelde snelheid uit het bestandje halen, maar als ik de afstand en de tijd bekijk heeft het tempo er volgens mij wel redelijk ingezeten. Ook Jan en Marc hebben weer goed gevlogen en zelfs Frans heeft het voor elkaar gekregen om in de 23 zijn opdracht van ruim 300 km rond te vliegen. Niets dan respect, klasse gevlogen natuurlijk.

Maandag, 9 augustus. De tweede week is ingegaan en het lijkt alweer een mooie dag te worden. Voor de vierde dag op een rij staan we vroeg op om om 07:00 de kisten in elkaar te gaan zetten. Het begint ondertussen bijna op werken te lijken. Maar met de belofte van weer een mooie vlucht die voor onze neuzen hangt doen we dat natuurlijk met alle plezier. Het ritme zit er ondertussen goed in en als een volledig op elkaar ingespeeld team zetten we de vijf vliegtuigen binnen no-time in elkaar en gooi ik gelijk maar weer 100 liter water in de discus. Het lijkt ondertussen wel dat het het vliegen niet waard is als het weer niet dermate is dat er zeker een hoop water mee moet. Wat een land, toch. Vliegtuigen weer neerzetten bij de startplaats en de bakker maar weer opwachten bij de camping. Een paar chocolade broodjes, wat rozijnenbroodjes, wat stokbroden en het ontbijtje staat alweer klaar. Even afwassen en naar de briefing. Weer niets van begrepen natuurlijk, maar onze eigen briefing geeft wel aan dat er wel weer de nodige kilometers mogelijk zijn vandaag. Samen met Henk plan ik weer een ruime 300. Eerst richting Auxerre, maar liefst 152 km richting het noord-oosten (pfff). Daarna naar een privé vliegveldje dat zo’n 63 km ten noorden ligt van Issoudun (een been van 106 km). Tenslotte die laatste 63 km naar huis. Totale afstand gaat vandaag 322 km zijn, als alles goed gaat natuurlijk. Marc en Jan plannen voor de vorm maar weer eens een 500 km vlucht. Ook zij vliegen hun eerste been richting Auxerre en we besluiten dan ook alle vier boven Issousun op elkaar te wachten om tegelijk te vertrekken richting het eerste keerpunt. Gezellig hoor. Alleen Matthijs plant een iets kleinere opdracht, maar toch nog een hele ruime 200 km driehoek in de 23.
Ook vandaag willen we er weer redelijk op tijd bij zijn, want de afstanden zijn er naar om vooral niet te laat te vertrekken. Om even over 12:00 uur gaat de eerste de lucht in en ik start als laatste zo’n 20 minuten later. Gelukkig wordt ik netjes afgezet vlakbij een bel, waarin ik ook Marc al zie draaien. Binnen de kortste keren zit ik samen met Marc aan de basis en hoor ik Marc over de radio roepen dat we er maar vandoor moesten gaan en zie hem wegsteken in de richting van Bourges. Ik steek gelijk achter hem aan. Frustrerend om te zien, dat terwijl ik met dezelfde snelheid steek als die 28, ik steeds hoger in mijn kap moet kijken om die 28 te vinden. 20 kilometer verderop, zo’n 10 km van Bourges hoor ik Jan roepen dat hij al boven Bourges is. Nu al 10 km voor? Dat kan toch niet, ik denk dat hij stiekem toch al wat eerder van start is gegaan. Maar dat is niet erg, dan kan hij ons tenminste vertellen waar het wel en waar het niet goed gaat. Alleen maar handig natuurlijk. Tegelijkertijd hoor ik Henk achter ons klagen dat we al vertrokken zijn. Hij vliegt juist weer een kilometer of 10 achter ons aan. Het hele tegelijk opvliegen wat we hadden bedacht is niet helemaal gelukt dus, maar we vliegen in ieder geval nog binnen een kilometer of 20 van elkaar. Genoeg om elkaar een beetje op de hoogte te houden van de vorderingen. Het eerste been richting gaat voorspoedig. Op wat moeilijkheden met de radio na, het blijkt toch wat moeilijk om de verkeersleider van Avord op te hoogte te houden van wat we allemaal aan het doen zijn. Nederlanders die Engels praten doen dat toch heel anders dan Fransen die Engels praten. Maar goed, met de nodige moeite krijgen we hem ook aan zijn verstand dat we inderdaad met maar liefst vier vliegtuigen richting Auxerre aan het vliegen zijn. Dat eerste been gaat ook weer heel goed. We vliegen een iets zuidelijker koers dan gisteren. Waar we gisteren ons eerste keerpunt hadden bij Briare, dat aan de Loire ligt, vliegen we nu wat zuidelijker over de Loire. We moeten daarvoor vlak langs een paar schoorstenen waar me niet overheen mogen, tenzij we hoger vliegen dan 1200 meter. Ook al gaat de basis hoger dan dat, toch maar net ten zuiden erlangs. Het uitzicht vandaag is fantastisch, we kijken al gauw een kilometer of 40 voor ons uit. Niet veel later kunnen we dus al het plaatsje Auxerre zien liggen. Het vliegveldje waar we ons keerpunt hebben ligt iets ten noord-oosten van het plaatsje. De basis schuift langzaam omhoog en tegen de tijd dat we bij Auxerre zijn, na ongeveer twee uur vliegen, zit de basis tegen de 2000 meter hoogte aan. Eenmaal aangekomen bij Auxerre vlieg ik nog steeds op met Marc en nog maar een kilometer of 10 a 20 achter Jan. Marc vraagt dan ook over de radio of ik niet met hun mee zal vliegen, op weg naar een 500 km. Hun eerstvolgende keerpunt is Blois. Het tempo zit er goed in, dus waarom zou ik het niet proberen. Alleen valt het niet mee om Blois te vinden. Ik heb zelf geen idee waar het ligt, weet niet eens hoe je het schrijft. Probeer daar maar eens achter te komen als iemand verteld over een krakelende radio dat hij naar Blois gaat. Dan maar vragen wat de ICAO code is van dat veld. Dat blijkt toch moeilijker voor de heren dan gedacht. Die moeten namelijk eerst in de computer kijken, maar daar staat het ook niet. En ja, een VFR kaart hebben ze geloof ik alleen maar bij zich omdat het moet. Hun ‘moving map’ lost de meeste problemen met luchtruim wel voor ze op, maar weten wat de ICAO code is voor Blois wordt toch een stuk lastiger. Met veel moeite kom ik er dan achter over welk veldje ze het hebben. Ik zoek het op op de kaart en voer de ICAO code in in de LX400 van de discus. Uuuh, heren, kunnen jullie misschien even bevestigen dat dat een koersje ongeveer naar het westen is en een afstand van Auxerre van 174 km???? Ja, dat klopt wel ongeveer hoor ik weer over een krakende radio. Ik was al onder de indruk van het eerste been van 152 km, maar ik krijg bijna een rood hoofd van dit tweede been. Maar ja, een 500 vlieg je niet door stukjes van 20 km te nemen. Met frisse moed begin ik dan maar aan een westelijke koers richting Blois. Na ongeveer 20 kilometer op dit tweede been pak ik een bel die me naar de basis brengt op 2000 meter hoogte. Van daar maak ik een steek van ongeveer 40 kilometer, omdat de belletjes waar ik doorheen vlieg niet goed genoeg zijn. Ik weet dat er betere bellen moeten zijn dan die één meter belletjes waar ik elke keer doorheen vlieg. Maar na 40 km zit ik weer op bijna 1000 meter en dan begin ik me toch al weer bijna zorgen te maken. Op het moment dat ik al ruim een kwartier aan het steken ben zonder een fatsoenlijke bel tegen te komen, vlieg ik opeens de bel van mijn leven binnen. En dan ook echt de beste bel die ik in mijn18 jaar zweefvliegen tot nu toe tegen ben gekomen. Ik krijg een enorme schop onder mijn kont en ik draai gelijk in. Hoe ik het doe weet ik niet, maar ik zit gelijk gecentreerd in een bel van gemiddeld 4 meter rond. En dat blijft hij tot ik op 2050 meter aan de basis zit in mijn neus weer richting het westen zet. Wat een bel en stel je dan voor dat je op ruim 2 km hoogte zit in een discus met 100 liter water, terwijl je ondertussen weet dat er 4 meter bellen in de lucht zitten. Daar word je wel blij van zal ik maar zeggen. Snel weer door met 150 km/hr richting Blois en na een tijdje vliegen naderen we het luchtruim van Orleans. Even de verkeersleiding oproepen en vertellen wat onze plannen zijn. Alweer lijkt het wat lichte verbazing dat er drie zweefvliegtuigen toevallig dezelfde kant op gaan. Maar we krijgen alle drie een transponder code en mogen zijn luchtruim in. Hebben we die dingen toch niet voor niets gekocht bij de ZHVC. Maar halverwege het luchtruim van Orleans, met nog zo’n 30 kilometer te vliegen richting Blois houdt het goede nieuws helaas wel op. Het scherm waar Jan het al een half uur over heeft is nu genaderd en het lijkt moeilijk om daar onderdoor te komen. Mijn final glide computer belooft me al dat ik binnen glij-bereik ben van Blois en Blois zelf lijkt al weer aan de andere kant van het scherm te liggen. Onder het scherm proberen Marc en ik het nog een beetje onder een wolk die met misschien een halfje omhoog gaat. We zitten dan nog bijna aan de basis als we Jan al horen roepen dat hij afbuigt naar het zuiden. Hij is aan lager wal geraakt zullen we maar zeggen en moet onder het scherm vandaan om weer wat thermiek te zoeken. Gelukkig lukt hem dat ook en hij hoeft zijn motor niet te starten, maar de geplande 500 is voor hem al afgelopen. Marc en ik twijfelen nog wat binnen glij-bereik van Blois. Ik kan vanaf hier naar Blois vliegen, zie het plaatsje ook liggen. Maar dan moet ik hopen dat ik daar waarschijnlijk op lage hoogte weer een bel kan vinden en op het volgende been daarna zal ik weer naar het zuiden moeten vliegen, weer onder datzelfde scherm door. Met dat in mijn achterhoofd, zonder motor en met zeker geen zin om op ruim 100 kilometer van Issoudun ergens in een weiland te staan, draai ik samen met Marc ook af naar het zuiden. Vanaf hier blijkt het lastig om weer een bel te vinden. We zaten al half onder het scherm en het is toch wel een eindje om er weer onderuit te vliegen. Ik kom steeds lager te zitten, terwijl ik gestaag terug steek richting Issoudun. Wat kleine belletjes hier en daar, maar die mooie bellen waarvan ik toch weet dat ze ergens moeten zitten verstoppen zich ondertussen voor me. Met nog maar 30 km te gaan, net ten westen van Vierzon zak ik helemaal naar 700 meter. Maar alvast rustig gaan kijken naar een veldje. 600 meter. Hier moet ik toch echt het water eruit laten lopen omdat ik nog steeds geen uitzicht heb op een belletje. Ik zal toch niet op 30 kilometer van Issoudun in een weilandje terecht gaan komen, na dat hele end vliegen? En dan op 550 meter hoogte vind ik eindelijk mijn bel die mij met 3 meter rond prima omhoog brengt. Als snel geeft de final glide aan dat ik Issoudun weer kan redden met de hoogte die ik heb. Voor de zekerheid doe ik er nog 300 meter bij en terwijl ik nog niet eens aan de basis zit vlieg ik in één rechte lijn terug naar huis. En hoewel de thermiek er op dat moment nog wel is heb ik geen zin om het risico te nemen om ergens in een weiland te eindigen en land ik weer braaf op Issoudun.
Later hoor ik van Marc dat hij wel nog even door is gegaan richting het zuiden en wanneer hij zijn computer uileest blijkt hij toch weer voor de tweede keer deze vakantie een 500 km vlucht te hebben gevlogen. Mijn eigen vlucht blijkt toch nog altijd goed geweest te zijn voor 390 km. Geen 500, maar toch zeker veel meer dan de geplande 322 km. Een prima dag dus uiteindelijk.
Het blijkt ook gelijk de laatste vliegbare dag te zijn deze vakantie. Hier en daar hebben we nog wel de hoop op een vliegbare dag, maar uiteindelijk is het weer er niet meer naar. En hoewel we in de hele twee weken maar vier ‘overland-dagen’ hebben gehad, liegen de cijfers er niet om. Zoals Jan al in zijn berichtje hieronder had geschreven hebben we met 5 vliegtuigen 101 uren gevlogen en in totaal ruim 6600 km afgelegd. Wat een feest.
Na deze twee weken kan ik alleen maar concluderen dat ik er volgend jaar zeker weer bij wil zijn en dan kan ik misschien wel een nieuw doel voor mezelf gaan stellen. Misschien kan ik dan wel gaan proberen om een 500 km op mijn naam te krijgen.
Wie volgen er volgend jaar nog meer?

Met vele kilometers aan groeten,

Jurgen

Plaats een reactie

Je dient ingelogt te zijn, alvorens je een reactie kunt plaatsen. Inloggen »